CSA

Uit OV in Nederland Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De allereerste CSA, nu museumbus bij de MUSA
Een CSA-I van de laatste series, herkenbaar aan de vierkante koplampen en de grote filmkast (op de foto de voormalige GVU 391, nu actief bij Merites)
Een CSA-II in de originele kleuren, ex-HTM, nu van touringcarbedrijf Meering
De BBA 293, een CSA-II die dienst deed van 1986 tot 2007. In zijn laatste levensjaren is deze bus nog in de nieuwe kleuren van de Tilburgse stadsdienst gespoten

CSA staat voor Commissie Standaardisering Autobusmaterieel. Deze commissie is in de jaren '60 opgericht door de landelijke overheid en de stadsvervoerbedrijven van Amsterdam (GVB), Rotterdam (RET) en Den Haag (HTM). Het doel was kostenbesparing, wat werd bereikt door de ontwikkelkosten van een nieuw bustype te spreiden en reserveonderdelen gezamenlijk in te kopen. Uit de ontwikkelingen van de CSA vloeide in 1966 de aflevering van GVB-bus 301 voort, de eerste standaardstadsbus of CSA-bus. Intussen was ook het GVU uit Utrecht al toegetreden. De CSA zou met een tamelijk ongewijzigd uiterlijk worden gebouwd tot 1983. De grootste tussentijdse wijzigingen waren een grotere filmkast en andere koplampen. Het merendeel van de bussen werd gebouwd door Hainje op een DAF-chassis, maar er bestonden ook uitvoeringen met bijvoorbeeld een Volvo-motor of een Den Oudsten-carrosserie.

Voor Amsterdam bouwde Hainje ook een aangepaste CSA-carrosserie op een geleed Mercedes-onderstel.

CSA-II

In 1982 werd de tweede generatie van de CSA-bus gepresenteerd. Het meest in het oog springende verschil is de geheel andere voorruit. Waar de CSA-I een horizontaal verdeelde voorruit met een 'hoek' had, kreeg de CSA-II een verticaal verdeelde ruit. Ook verschoot de bus in de meeste steden van kleur: was de CSA-I in de meeste steden wijnrood, nu werd voor tomaatrood gekozen. Er waren al eerder steden geweest (zoals Dordrecht) die de bussen in een andere kleurstelling hadden. In veel gevallen werden de laatste series CSA-II in de nieuwe bedrijfskleuren die eind jaren '80 ontstonden afgeleverd.

Voor verschillende steden heeft Hainje op basis van de CSA-II-carrosserie ook minibusjes gebouwd, op DAF en Neoplan-chassis. Deze reden onder andere in Sittard, Heerlen, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Twente, Assen en Emmen. Ook de Fram had ze in gebruik voor de stadsdienst in Drachten; overgenomen van de Zuidooster.

Door de vele nieuwe technieken die in de jaren '80 ontstonden stopte de productie in 1988. Er werd nog een CSA-III (meestal Hainje ST2000 genoemd) ontwikkeld, maar deze werd niet echt een succes.

Inzetgebieden

In de loop der decennia hebben de bussen buiten de vier grote steden ook gereden bij:

  • BBA/Veolia (Breda, Tilburg, 's-Hertogenbosch, Roosendaal, Bergen op Zoom)
  • CVD/Novio (Nijmegen)
  • Enhabo (Zaandam) (tweedehands van het GVB)
  • GVB Dordrecht
  • GVG/GVB Groningen/Arriva
  • Arriva Schiermonnikoog
  • SBM (Maastricht)
  • Schiphol
  • Schutte/VAD (Zwolle)
  • TET/Oostnet/Connexxion (Enschede, Almelo, Hengelo; in de Connexxion-tijd ook Apeldoorn)
  • ZO/Hermes (Eindhoven, Venlo)
  • Flevodienst/VAD/Midnet/Connexxion (Almere)

Nummerreeksen en inzet

In 2007 zijn bij Veolia de laatste CSA's uit de actieve reizigersdienst verdwenen. Er rijden nog enkele exemplaren bij toerbedrijven. Ook zijn veel bussen geëxporteerd.