Spoorslag '70

Uit OV in Nederland Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Tussen 1960 en 1980 groeide het autogebruik met 900% (van 0,5 miljoen naar 4,5 miljoen). Daarnaast sloten de kolenmijnen in Limburg. Dat betekende dat het openbaar vervoer in het algemeen en het treinvervoer in het bijzonder minder rendabel werd. NS moest hierdoor ingrijpen in haar dienstverlening. Normaal gesproken gebeurt dat door het afstoten van verliesgevende activiteiten en het bezuinigen. In het licht hiervan kwam NS met een plan voor de toekomst: Spoor naar '75. Onderdeel hiervan was een grote dienstregelingswijziging: NS breidde haar dienstregeling fors uit om zo te proberen haar marktaandeel te behouden of te vergroten. Dit is de basis van Spoorslag '70.

Uitgangspunten

De dienstregeling van 1970 was gebaseerd op een viertal uitgangspunten:

  • Klokvaste vertrektijden: de trein vertrekt elk uur op hetzelfde moment van hetzelfde perron dezelfde kant op;
  • Verbeterde aansluitingen: treinen sloten voortaan elk uur op hetzelfde moment op elkaar aan, waardoor de reistijd voor veel reizigers flink werd verkort. De aansluiting op het voor- en natransport werd ook verbeterd, en de opening van nieuwe stations maakt een deel van het voor- en natransport overbodig. Op overstaplocaties wordt de bewegwijzering verbeterd;
  • De rijtijden (en daarmee de overstappen en dus de reistijden) zijn in beide richtingen gelijk. Dit heet ook wel de symmetrische dienstregeling;
  • Een nieuw netwerk, met intercity's, sneltreinen en stoptreinen. Al deze treinen worden flink versneld, doordat het post- en stukgoederenvervoer zo veel mogelijk verdween uit deze treinen.

Deze uitgangspunten gelden in de basis nog steeds voor de dienstregeling op het spoor. In de loop der jaren zijn er natuurlijk wel veel zaken veranderd. Frequenties zijn verhoogd, stations zijn geopend, infrastructuur is uitgebreid en de sneltrein is praktisch verdwenen.

Het intercitynetwerk

Basis van de nieuwe dienstregeling was het intercitynetwerk (in eerste instantie exprestreinennetwerk geheten). NS had uitgezocht wat de stations waren met de meeste in- en uitstappers, en verbond die met elkaar in 8 treinen. Deze reden elk uur, op een groot aantal trajecten werden meer verbindingen aangeboden en ontstond dus een halfuursdienst of zelfs een kwartierdienst. In dit jaar ontstond met exprestreinen 1 t/m 4 ook de NoordOost. Het bedachte netwerk was als volgt, uiteindelijk is dit gewijzigd ingevoerd in dienstregeling 1970/1971:

Exprestrein 1

Exprestrein 1 verbond Groningen en Leeuwarden met Amsterdam CS. Tussen Groningen/Leeuwarden en Zwolle werd als stoptrein gereden. Tussen Zwolle en Amersfoort bood deze trein een halfuursdienst met exprestrein 2, tussen Amersfoort en Amsterdam CS met exprestrein 3.

Exprestrein 2

Exprestrein 2 reed eveneens van Groningen en Leeuwarden naar Amersfoort, maar daarna werd verder gereden naar Den Haag SS en Rotterdam CS. Tussen Zwolle en Amersfoort werd een halfuursdienst geboden met exprestrein 1, tussen Utrecht en Rotterdam/Den Haag met exprestrein 4/6.

Exprestrein 3

Enschede en Amsterdam CS werden met elkaar verbonden door exprestrein 3. Tussen Deventer en Amersfoort reed deze een halfuursdienst met exprestrein 4, tussen Amersfoort en Amsterdam CS met exprestrein 1.

Exprestrein 4

Ook exprestrein 4 startte in Enschede, maar reed als stoptrein naar Deventer. Van daar werd verder gereden in een halfuursdienst met exprestrein 3 naar Amersfoort, en in een halfuursdienst met exprestrein 2 naar Den Haag en Rotterdam. Op Voorburg werd niet gestopt. Op Utrecht CS werd gecombineerd met exprestrein 6.

Exprestrein 5

Exprestrein 5 verbond Amsterdam CS met Koln Hbf. Tussen Amsterdam CS en Arnhem werd een halfuursdienst aangeboden met exprestrein 6.

Exprestrein 6

Exprestrein 6 verbond Amsterdam CS met Nijmegen. Tussen Amsterdam CS en Arnhem vormde deze trein een halfuursverbinding met exprestrein 5.

Exprestrein 7

Exprestrein 7 reed van Heerlen naar Zandvoort aan Zee. Tussen Amsterdam CS en Zandvoort werd als stoptrein gereden. Exprestrein 8 vormde met deze trein de halfuursdienst tussen Sittard en Zandvoort.

Exprestrein 8

Exprestrein 8 verbond Maastricht met Zandvoort aan Zee. Deze trein reed tussen Sittard en Zandvoort in een halfuursdienst met exprestrein 7.

Exprestrein 9 en 10

Exprestrein 9 reed van Amsterdam CS via Den Haag HS naar Venlo. Op dit traject reed ook exprestrein 10, maar die reed tussen Dordrecht en Venlo als snel/stoptrein.

Exprestrein 11 en 12

Exprestrein 11 verbond Amsterdam CS met Brussel Zuid/Midi, exprestrein 12 verbond Amsterdam CS met Vlissingen. Zij boden samen een halfuursverbinding tussen Amsterdam CS en Roosendaal. Anders dan exprestrein 9 en 10 stopten zij niet in Delft.

Exprestreinstations

De volgende 40 stations werden door exprestreinen aangedaan:


Het snel-en stoptreinennetwerk

Als aanvulling op het exprestreinennetwerk biedt NS snel- en stoptreinen aan. Sneltreinen bieden snelle verbindingen op relaties waar weinig lange-afstandsverkeer is, maar wel veel vraag naar snelle verbindingen. Tussen Amsterdam CS en Alkmaar werden bijvoorbeeld sneltreinen aangeboden. In principe rijden deze treinen elk halfuur, op voorstadsverbindingen vaker en op uitlopers van het netwerk juist minder vaak. De sneltreinen sloten zo goed mogelijk aan op de exprestreinen.

De stoptreinen vulden dit netwerk verder aan. Deze gaan vaker rijden, en stoptijden worden verkleind door de inzet van sneller materieel en het verkorten van de halteringstijd. Ze functioneren met name als aan- en afvoertrein van de exprestreinen. Doordat er veel (voorstads)stations geopend worden, gaan ze vaker stoppen. In het vervoer tussen steden onderling spelen ze nauwelijks meer een rol.

Flankerende maatregelen

NS verwacht een grote bijdrage te gaan leveren aan het vervoer in de spits. Door middel van tariefdifferentiatie worden reizigers die niet perse in de spits hoeven te reizen verleid om buiten de spits te gaan reizen. Kaartverkoop moet deels geautomatiseerd worden. Parkeervoorzieningen bij stations moeten worden verbeterd. Exprestreinen worden voorzien van catering, en het comfort van de trein wordt verhoogd, onder andere door de toepassing van automatische deuren en boordomroep.

Het comfort op de stations wordt verbeterd. De in- en uitgangscontroles worden afgeschaft, en stations worden prettiger plaatsen om te wachten en te zijn. Dit gebeurt onder andere door de stationsrestauraties te verbeteren en aan te passen op het type station. De bewegwijzering wordt ook verbeterd, en stations gaan zich ontwikkelen tot centra van stedelijke activiteit. De ontwikkeling van Hoog Catharijne is hiervan een voorbeeld.

De reisinformatie wordt verbeterd. Naast het verbeteren van de bewegwijzering wordt ook het spoorboekje anders opgezet, zodat verbindingen makkelijker te vinden zijn. Er komen folders met informatie over een bepaalde lijn of verbinding. Op strategische plekken, zoals in hotels, worden mini-vertrekstaten opgehangen. De omroepinstallatie op de stations en in de trein wordt verbeterd.